|
Liever geen vrouw als
minister-president
Vlaming kiest bij voorkeur mannen
als leider
Een vrouw die Kris Peeters opvolgt als
minister-president? De Vlaming bedankt er liever
voor.
Vrouwelijke politici krijgen minder goede
plaatsen op de lijst en minder aandacht in de
media
De politiek is altijd al een mannenbastion
geweest. Al deed Kris Peeters - niet zomaar de
George Clooney van de Wetstraat genoemd - het nog
niet zo slecht. In zijn regering van negen
ministers zetelden vier vrouwen. Maar als het over
absolute leidersfiguren gaat, heeft de Vlaming
toch liever een man dan een vrouw. Dat blijkt uit
de iVox-enquête in opdracht van Het Nieuwsblad en
De Gentenaar.
Aan duizend Vlamingen werd dezelfde vraag
gesteld: Stel dat u een politica zou moeten kiezen
als minister-president van Vlaanderen. Wie zou u
dan kiezen? De meningen zijn verdeeld, maar één
zaak springt erbovenuit: een meerderheid van
15procent ziet liever geen vrouw aan de top van
een nieuwe Vlaamse regering. Of zoals politicoloog
Carl Devos (UGent) het zegt: 'De populairste vrouw
is een man.'
Als het dan toch een vrouw moet zijn, kiezen de
respondenten in de eerste plaats voor Inge
Vervotte (12,8 procent), gevolgd door Freya Van
den Bossche (11,4procent). Merkwaardig, want de
twee waren bijna de hele campagne lang zo goed als
onzichtbaar. Vervotte vertrok enkele maanden
geleden naar Engeland om opnieuw op de
schoolbanken plaats te nemen. Ze liet de campagne
aan zich voorbijgaan als lijstduwer bij de
opvolgers op de Antwerpse CD&V-lijst voor de
Vlaamse verkiezingen.
Ongeveer eenzelfde verhaal bij Van den Bossche:
zij mag dan wel de lijst voor SP.A in
Oost-Vlaanderen trekken, in de campagne was ze
bijna nergens te bespeuren. Of toch wel. Toen ze
tijdens een van haar zeldzame media-optredens
hengelde naar een ministerportefeuille. Louis
Tobback had het ook gehoord, kon er niet mee
lachen en noemde haar 'lomp en dom'. Daarna werd
het weer stil rond Freya.
Derde populairste bij de Vlamingen is
Marie-Rose Morel
(VB). Ze kreeg de in principe onverkiesbare
lijstduwersplaats voor het Europees Parlement.
Opgeruimd staat netjes, dachten Dewinter, Annemans
en ook Valkeniers. Tot Morel
liet weten dat ze aan kanker in een vergevorderd
stadium leed. Ze kreeg heel wat airplay in de
media en mag wellicht rekenen op veel stemmen uit
sympathie.
Opmerkelijk is dat Morel de
drie vrouwelijke partijvoorzitters Caroline Gennez
(SP.A), Marianne Thyssen (CD&V) en Mieke
Vogels (Groen!) vlot voorbijsteekt. Op de zevende
plaats staat Patricia Ceysens (Open VLD), gevolgd
door Frieda Brepoels (N-VA), Fientje Moerman (Open
VLD), Anne De Baetzelier (LDD) en Marijke Dillen
(VB).
Maar als het van de Vlaming afhangt, is een
vrouw op de stoel van Kris Peeters dus nog niet
voor morgen. Ondanks verscheidene maatregelen om
meer vrouwen in de politiek te krijgen, halen ze
bij de verkiezingen nog altijd minder stemmen dan
mannen. Ze krijgen bijna automatisch minder goede
plaatsen op de lijst, besteden minder geld aan hun
campagne en krijgen doorgaans ook iets minder
media-aandacht dan hun mannelijke
tegenstanders.
'Maar als de vorige verkiezingen ons één wijze
les hebben geleerd, is het wel dat elke verkiezing
een wonderbaarlijke verrassing in petto heeft',
zegt politicoloog Carl Devos.
| © 2009 Het Nieuwsblad
op
Zondag | |